Edam

Edam is een stad in de provincie Noord-Holland. Samen met Volendam vormt Edam de gemeente Edam-Volendam. De stad telt ongeveer 7380 inwoners. De gehele gemeente Edam-Volendam telt 28.492 inwoners. Oorspronkelijk lag het aan het riviertje de Ee en heette het ook wel IJedam. Daar is ook Edam van afgeleid.

Geschiedenis

Oude kaart Edam omstreeks 1800

Oude kaart Edam omstreeks 1800

Edam ontstond bij een dam aan de Ye of Ee die in de Zuiderzee uitmondde. Omstreeks 1230 werden de zeegaten van de Zuiderzee afgedamd. Bij de dam moesten de goederen worden overgeladen en kon tol worden geheven. Zo kon Edam tot een handelsplaats uitgroeien. Scheepsbouw, haringvisserij en kaashandel brachten Edam tot grote bloei.

Het is een legende, maar toch: burgers van het middeleeuwse Edam zouden in 1219 op een kruistocht de Haarlemmers te hulp zijn gekomen bij de belegering van Damiate in Egypte. Als beloning voor hun dappere optreden mochten de Edammers van de Duitse keizer drie sterren in hun wapen opnemen.

Graaf Willem V geeft Edam in 1357 stadsrechten, niet in de laatste plaats uit eigenbelang. In deze tijd woedt namelijk de strijd tussen de Hoeken en de Kabeljauwen: een gevecht om de macht tussen het grafelijke gezag en de regenten in de steden. Het is voor Graaf Willem V belangrijk om de steden aan zijn kant te krijgen. Maar voor de inwoners staat ook veel op het spel.

Zo neemt de rechtszekerheid voor de burgers toe omdat schout en schepenen nu zelf recht kunnen spreken. Heel belangrijk is dat Edam toestemming krijgt om een nieuwe haven naar zee te graven. Dit worden de Voorhaven en het Oorgat. Daarmee ontstaat niet alleen een veel betere scheepvaart verbinding met de stad, maar binnen- en buitenlandse handelsschepen kunnen nu veel makkelijker via het Purmermeer naar andere grote Noord-Hollandse steden varen. Ook mag driemaal per jaar een markt worden gehouden. Alles bij elkaar een grote stimulans voor de economie van de nieuwe stad.

De kaasmarkt heeft vanaf de zestiende eeuw in belangrijke mate de economie van Edam bepaald. Op 16 april 1526 kreeg Edam van Keizer Karel V het recht van vrije weekmarkt alsmede het recht van Waag, waarvoor jaarlijks 90 gulden aan de Grafelijkheid moest worden betaald. Op 2 maart 1594 werd dit recht van Waag door Prins Willem Ieeuwigdurend vergeven als dank voor de goede samenwerking tijdens het beleg van Alkmaar.

Het oude stadscentrum

Stadhuis

Het centrum binnen de oude vesting is thans aangewezen als beschermd stadsgezicht door de rijksoverheid.

Monumenten in het beschermde stadsdeel zijn o.a.:

  • de laat-gotische Grote of Niklaaskerk, een bouwwerk uit 1626, bezit een 15de eeuwse speeltoren.
  • De lutherse kerk, gebouwd tussen 1739-1741 met fronten in Lodewijk XIV-stijl
  • verschillende oude woonhuizen.
  • stadhuis, daterend uit de 15de eeuw.

Geboren in Edam

  • Trijntje Keever (10 of 16 april 1616), Nederlands reuzin, met 254 cm waarschijnlijk de langste vrouw die ooit heeft geleefd (overleden 1633)
  • Coen de Koning (30 maart 1879), Nederlands schaatser, tweevoudig winnaar Elfstedentocht (overleden 1954)

Kaasmarkt

Kaasmarkt

Kaasmarkt Edam

Na de toekenning van het recht op een kaaswaag is er in Edam tot 1922 een ciommerciële kaasmarkt geweest waar de boeren uit de omtrek hun kaas kwamen verhandelen. De Edammer kaas werd naar de markt vervoerd met kleine bootjes. Na het lossen op een speciale loswal werd de kaas door kaasdragers naar de markt gebracht. Daar werd de kaas te koop aangeboden aan handelaren. Na eerst te zijn gekeurd werd door middel van loven en bieden, het ‘handjeklap’, de kiloprijs van de kaas vastgesteld. Vervolgens werden de kazen weer op een berrie geladen en naar de waag gebracht waar het gewicht werd vastgesteld. De kaas werd tenslotte met paard en kaasbrik naar het kaaspakhuis vervoerd om daar nog enige tijd te ‘rijpen’.

De kaasmarkt werd in 1989 weer nieuw leven ingeblazen. In de zomer (juli en augustus) word elke woensdag tussen 10.30 en 12.30 een toeristische versie van de kaasmarkt gehouden.

650 jaar stad

vlag edam

Vlag ter ere van 650 jaar stad‎

De stadsrechten die in 1357 aan Edam werden toegekend worden in 2007 uitgebreid gevierd. Ter ere van het 650-jarig bestaan zijn er het hele jaar door diverse activiteiten. Van 19 juni tot en met 1 juli vond er een feestweek plaats met vele activiteiten.

” Van keel beladen met een stier van sabel vergezeld en chef van 3 sterren van goud. Het schild van achteren vastgehouden door een beer.”

NB : De sterren zijn zespuntig, de stier staat op een losse grond van sinopel en de beer is van natuurlijke kleur.

Oorsprong/verklaring :
Het voorstelling komt als eerste voor op een zegel uit 1361, waarbij de stier en sterren los op het zegel zijn geplaatst. Op een 16e eeuws zegel, met afdrukken uit 1526 en 1583 komt het wapen als zodanig voor, waarbij het wapen gehouden wordt door twee leeuwen.

Een afbeelding van het wapen met een beer als schildhouder is bekend sinds 1743.

Over de herkomst van dit wapen zijn 2 volksverklaringen bekend; de eerste is het verhaal van de wapenstier;

Op het grasveld van het klooster in Monnickendam graasde een stier, die in anderhalve dag al het gras weg had. De prior van het klooster kon er niet van brevieren ; hij moest nadenken over de stier en wat die zou eten. Hij sloeg zijn ogen op naar boven, zoals dat hoort bij vrome mensen, en meteen viel zijn blik op het dak van het klooster: daar groeide gras. De prior was er erg blij mee en besloten werd de stier op het dak te hijsen. De stier werd dus omhoog getrokken, om op het heilige dak te grazen. Maar hij vond het trekken geen plezier. Hij kan best last van de hoogte hebben gekregen, toen hij eenmaal met de poten los was van de aarde. In elk geval spartele hij, en loeide.

De monniken trokken dat hun adem er van in brand stond, en hun armen knakten. De stier hing zo langs de muur en riep akelige dingen. En toen opeens kraakte er iets, en de prior, wist het eerste ogenblik niet of het een stier was, of het klooster, of een monnik. Maar het was de zeel waaraan het arme beest hing, en met een dreun als een vallende boom stond de stier weer op zijn eigen poten.

Dat hij toen een woeste stier was, laat zich wel raden. Hij begon met de staart in de lucht weg te lopen- weg, ver-weg van de monniken die door de schok allemaal door elkaar lagen, zodanig dat hun sandalen tussen hun mouwen zaten.

Éen van hen wist zich los te maken en greep een knots, om de stier te volgen. ‘Houd hem !’ riep hij, ‘houd hem !’ Een boer langs het pad stond stil en vroeg wat de stier gedaan had. Ja, daar wist de monnik eigenlijk geen antwoord op, zodat niemand hem hielp en de stier ontkwam. Maar als troost hebben ze die monnik met zijn knots in het wapen van Monnickendam gezet, en daar staat hij nog.

De stier had nog altijd last van de hoogte en brieste door het land als een gierbom. De hele dag stoof hij rond, langs Hogendijk, Zette en Purmer. Tenslotte kwam hij recht op Edam aan, waar hij omstreeks de nacht in een groot stuk weiland verdwaalde. Een melkknecht kwam langs, en herkende hem in het donker niet; hij dacht een man te zien. Hij vroeg hem wat hij er deed en de stier, die zich niet wilde verraden, mompelde ‘Sterren’, dat was het enige woord dat hij kende.

Pas later begreep de knecht dat hij de stier had ontmoet, en hij vertelde het aan de burgemeester, die Edam een prachtig wapen gaf : een stier op een groen veld, met 3 sterren erboven.

Het woeste beest was al lang weer weg en daverde van Edam langs Axwijk naar Middelie. In Middelie hielden alle mensen de deuren dicht en de dieren vluchtten het kreupelhout in, ja zelfs de kikkers op de wallekant vluchtten, roepend ‘Rrrekkekkekkkek- die is puurrr gek !’

De schepenen van Middelie, anders nooit buiten overdag omdat ze in het raadhuis behoorden te vergaderen, kwamen later tevoorschijn van achter de kerkhofmuur, en toonden zich diep getroffen door de juiste bewering van de kikkers. Zij lieten ter herinnering aan die dag 3 kikkers in hun wapen schilderen, en daarmee was het wapen van Middelie een feit.

De stier ondertussen trok zich niets aan van al die drukte, en raasde richting Oosthuizen. Iedereen in Oosthuizen maakte dat hij in veiligheid kwam, alleen Olde Marijtje kon haar nieuwsgierigheid niet bedwingen, pakte haar bril en liep de straat op. In de verte zag ze een grote stofwolk aankomen en daarvoor liep de burgemeester. Vóór Olde Marijtje de burgemeester kon vragen of dat inderdaad de stier was die in Monnickendam was losgebroken, was hij haar al lang voorbij en kreeg zij zelf een enorme bons van achteren, zodanig dat ze een groot stuk door de lucht vloog. De dorpelingen vonden haar later met haar hoofd door de leuning van de brug, de muts over haar ogen. Haar ene klomp lag in een dakgoot, de andere was gebarsten. In haar hand hield ze haar bril, waar één glas uit miste. Dit was nogal eigenaardig, glas was niet echt sterk, en de burgemeester vroeg of hij haar bril, met één glas in het wapen mocht zette. Olde Marijtje ging uiteraard akkoord en de bril staat nog steeds in het wapen. De stier ondertussen werd hoe langer hoe woester, maar waar hij al die tijd bleef weet niemand, want hij is niet in Beets, Oudendijk, Grosthuizen of Berkhout geweest.

De volgende ochtend vroeg dook hij echter opeens weer op, toen hij de poort van Hoorn ramde. De bewoners schrokken heel erg en bleven eerst nog in bed. Uiteindelijk waagden ze zich op straat en konden nog net de stier het andere einde van de stad uit zien rennen. Hoorn was dus gered. Het enige wat ze verder nog zagen was een hoorn, die de stier had verloren bij het rammen van de poort, de hoorn stak er nog in. En omdat Hoorn geen wapen had, besloot de schout dat Hoorn dan één hoorn in zijn wapen zou voeren. De bevolking was uiteraard enthousiast en het gevolg is dat die ene hoorn er nu nog staat.

En de stier ? Niemand heeft hem verder nog gezien, waarschijnlijk is hij gewoon weer tot rust gekomen.

(vrij naar Olaf J. de Landell. ?,?, blz 135-139.)

Vergelijk hiervoor de wapens van Monnickendam, Edam, Middelie I (overigens is daar sprake van 1 kikker én de stier !), Oosthuizen en Hoorn.

Het tweede is een opschrift in de kerk van Edam, dat alsvolgt luidt :
1219
Edam als trouwe lantsaten
Quamen die van Haerlem te baten
Wilt vreughte vaten
Sij gingen hem hard en fier
Met stoute moet met felle manier
Als verwoede stier
Paus, Keizer en al het Christenleer
Verwonderden hen met alle seer
Van die grooten eer
Alsoo kreegh Edam haar wapen
Met eer en gewelt
Drie vergulden sterren in ’t root velt
En een stier daarin gestelt
1610.

De gemeente voert het wapen als deel van een dubbelwapen, waarin het wapen is gecombineerd met het dorpswapen van Volendam