T

Táertje Taartje – Gebakje
Takeling Omwoeling met takelgaren aan touweinde
Tal 200 haringen = 50 worpen van 4 haringen (Zie: Last)
Tal’out Geschild eiken hakhout (werd per bos, o.a. door turfschipper Teekman aangevoerd)
Táosies Kopspijkers (voor stoffering)
Téèk Beddetijk
Téèt Huur
Temet Bijna
Tèng Dubbel gedraaide uiteinde van de bocht van het hoekwant
Tiel Wandbord (Zie: Petiel)
Tijn Plat vaatje (Zie: Buttertijn)
Tocht Lijn van voorbolder naar snoekbaarssleepnet
toek beet (met vissen)
Toeke Met hoekwant vissen
Toeker Kleinde Volendamse botter
Tokkie Tukje – Kort slaapje
Tol’uisliggers Vóór ±1918 bij het Tolhuis te Amsterdam Noord in vissershutten domicilie houdende visventers (G. Vlak was de laatste hut bewoner aldaar)
Tóon Teen
Tóneklapper Rubber vingerbeschermers, zoals deze in de bouw werden gebruikt
Trammelant Het deel van de visvangst dat de visser bij de verkoop toegeeft / Moeilijkheden
Tréèdoft Opstap
Tréèfalie Horizontale steunbalken van de beun
Troet Meelspijs
Tui-drèg Lichte dreg
Tùil-üittùile Een grens bepalen wanneer iets uit de hand dreigt te lopen / Uitrazen
Tuf toffee