P

Paèrdestaèrt Paardestaart
Paèrdewit Paardebit
Palleme Langs gestrekte arm lijn binnenhalen
Pallem Lengtemaat langs de arm
Parrekemot Odeur (reukwater met bloemgeur, werd in Volendam per cl. Verkocht)
Parlefinker Botter van een ploeg die de gezamelijke vangst naar de markt brengen / Visser die kwakken en aaltoeken combineert
Péul Peluw – Onderkussen
Petentskijf Schijf van een blok (katrol) met naaldlagers
Pen Ijzeren pen door het boord om lijnen op te beleggen
Perk Strook netwerk in een kuil van één maaswijdte
’n pikke… Een actieve (felle) … (visser, boer bijv.)
Petiel Platen schaal of schotel
’n pisie (Piessie) Een klein beetje
Pietlutterig Kleinzielig – Pietepeuterig
Pietje Tante
Pijbróek Volendamse mannenbroek van dezelfde zwarte stof als een monnikspij
pik pek
Pisbloem Paardebloem
plákanne verstoppertje
Platkop Schouw, scheepstype (Zie ook: Spekbak)
Platlóod Plat stukje lood, langs de onderreep van een kuil geklemd
Pluffie Klein schepje vis uit de kuil
Plukke Ansjovis van kop en ingewanden ontdoen
Pód Stukje neusvuil
Pòddeblare Grootbladig onkruid
Pòddeslikke Uit de neus eten
Poestig Kort aangebonden – Driftig
Pôgge Pudding
Polkabaai Oorspronkelijk zomers jasje voor de Volendamse man, van katoen met rode en donkerblauwe streepjes (werd in de broek gedragen)
Porsie Knechtsloon, gebaseerd op percentage van de besomming
Prikkebìjter Jongen die bij het azen van de kabeljauw van de prikken (aasvisjes) de kop moet afbijten
Prutje Kop opgewarmde koffie
Púle Eenden
Púleìboer Eendenhouder
Pulleke Peuteren
’n Pumpie Een klein stukje
Puntdóek Zie: Breidoek
Pus Puts – Scheepsemmer
Puur bedakt Veel meegemaakt / Lichtelijk aangeschoten