L

Láafnet Groot soort maalnet
Láandmerk Twee kustpunten in één lijn
Láandsknie Horizontale knieversterking achter de waterbalk
láaw leeuw
Laèg Rij afgemeerde botters / Rij in ’t zand gelegde geaade hoeken
Lakmuil Volendams vrouwenmuiltje
Lang gien ‘eilig’artbéèld Bepaald geen schoonheid
Lang gien vetpot Zuinige bedoening
Lange dunne Ondermaatse aal
’n lap zette een nummertje maken
Last ’àeringe 10.000 haringen(50-tal van 200 stuks)
Lau-lauè Een week voor de kermis (voor 1950 begon de kermis de laatse woensdag van september) tork de Volendamse schooljeugd, het Lau-Lau-lied zingend, de Purmer in, waar zij van de boeren het afgevallen fruit kregen
Lazerstraal Deugniet – Kwajongen
Leget Band met zwart/witte motieven lang de uitgesneden kralaprand van het kletje
Lèit Liggen – leggen – gelegd
Léring Katechismusles
Lessie Restje voedsel
Lèuges Leugens
Liegebel Leugenaar – Jokkebrok
Liend Geleend
Liene Lenen
Lierdraèd Staaldraad waarmee de dwarskuil aan boord wordt gedraaid
Lìjerman Vaartuig dat bij de wonderkuilvisserij aan de lijzijde ligt
De Lijn Afbakening van de voor de gaand wantvisser verboden gebieden
lik lek
’n likkie een lek, een gaatje
Lit Platte mand voor 25 kg garnalen
Loef Windzijde
Loeverman Vaartuig dat bij de wonderkuilvisserij te loevert ligt
Te Loevert Aan de loefzijde
Lògies Vooronder
Lóper Glijdend gewicht op een kuiltouw
Lóof Loof – Vermoeid
Lóos Loods – Pakhuis (soms ook Werkplaats)
Lurik Leeuwerik