I

Academisch Engels
Nederlandse verklaring




Iatrogeen Iatrogenic door medisch ingrijpen veroorzaakt

Ichthyose Ichthyosis visschubbenziekte

Icterus Icterus geelzucht

Identiek Identical van dezelfde oorsprong

Identificatie Identification vereenzelviging

Idiopathisch Idiopathic van onbekende oorzaak

Idiosyncrasie Idiosyncrasy aangeboren overgevoeligheid voor bepaalde voedings- en geneesmiddelen

Ileitis Ileitis ontsteking van het laatste deel dunne darm

Ileus Ileus belemmering van de darmwerking

Immaturiteit Immaturity onrijpheid

Immobilisatie Immobilization onbeweeglijk maken

Immunisatie Immunization opwekken van onvatbaarheid

Immuniteit Immunity onvatbaarheid voor een ziekte

Immunogeen Immunogenic wat onvatbaarheid (afweer) veroorzaakt

Immunologisch Immunological met betrekking tot onvatbaarheid voor schadelijke Invloeden

Immunosuppressivum Immunosuppressant afweeronderdrukker

Immuun Immune onvatbaar

Impetigo Impetigo etterige huidontsteking

Implantatie Implantation inplanting

Implicatie Implication verwikkeling

Impotentie Impotence onvermogen tot geslachtsgemeenschap

Impregnatie Impregnation binnendringen van de zaadcel in de eicel

In Situ In Situ op de gewone plaats

In Vitro In Vitro in een reageerbuis

In Vivo In Vivo in het levende organisme

Inactief Inactive onwerkzaam

Inadequaat Inadequate niet passend

Incarceratie Incarceration inklemming

Incidenteel Incidental bijkomend

Incidentie Incidence voorkomen per jaar

Incisie Incision insnijding

Incisief Incisive snijdend

Inclusief Inclusive met inbegrip van

Incompatibel Incompatible onverenigbaar

Incontinentie Incontinence onvermogen om urine of ontlasting op te houden

Incorporatie Incorporation vermenging

Incubatie Incubation sluimeren van een ziektekiem

Indicatie Indication aanwijzing

Indicatief Indicative aanduidend

Indiceren Indicate aanwijzen

Indirect Indirect niet rechtstreeks

Individueel Individual afzonderlijk

Inductie Induction gevolgtrekking

Induratie Induration verharding

Inertie Inertia traagheid

Infantiel Infantile kinderlijk

Infarct Infarction plaatselijke bloedeloosheid van weefsel

Infaust Infaust ongunstig bijv. Infauste prognose= met dodelijke afloop

Infectie Infection besmetting met ziektekiemen

Infiltratie Infiltration vochtafzetting

Inflammatie Inflammation ontsteking

Influenza Influenza griep

Infusie Infusion toedienen van vloeistoffen

Infuus Infuse vochttoediening in de bloedvaten

Ingestie Ingestion innemen van voedsel en drank

Inguinaal Inguinal met betrekking tot de liesstreek

Inhalatie Inhalation inademing van dampen

Inherent Inherent samengaand

Inhibitie Inhibition remming

Initiaal Initial initieel, aanvankelijk

Initi